Bloedsuikerspiegel
Na een maaltijd met koolhydraten stijgt de hoeveelheid glucose in het bloed. De alvleesklier maakt insuline, dat glucose de cellen in helpt. Daarna daalt de waarde weer. Dat is een normaal proces. Het gaat om de scherpte van de stijging en de diepte van de daling erna.
Waarom de daling het probleem is
Een scherpe piek wordt gevolgd door een stevige insulinerespons, en die schiet gemakkelijk door. De glucosewaarde zakt dan onder het uitgangsniveau. Dat voelt als honger, vermoeidheid en concentratieverlies, meestal twee tot drie uur na een maaltijd met veel snelle koolhydraten. De reactie daarop is opnieuw iets zoets, waarmee het patroon zich herhaalt.
Wat de schommelingen beperkt
- Vezels. Volkoren in plaats van wit, peulvruchten, groente en fruit met schil.
- Eiwit en vet bij de maaltijd. Beide vertragen de maaglediging en daarmee de opname.
- Volgorde aan tafel. Eerst groente en eiwit, daarna de zetmeelkant, geeft een vlakkere curve.
- Beweging na de maaltijd. Tien tot vijftien minuten wandelen verlaagt de piek merkbaar, omdat spieren glucose opnemen.
- Vaste eetmomenten. Lange gaten leiden tot een grote portie en dus een grotere piek.
Bij diabetes ligt dit anders. Wie diabetes heeft of medicatie gebruikt die de bloedsuiker verlaagt, past het eetpatroon aan in overleg met de behandelaar. Zelf sleutelen kan tot te lage waarden leiden.
Continue glucosemeters
Sensoren die de glucosewaarde doorlopend meten, zijn ook zonder diabetes te koop. Ze geven inzicht in de reactie op afzonderlijke maaltijden. De waarde daarvan voor mensen zonder diabetes is wetenschappelijk beperkt onderbouwd, en de metingen kennen een aanzienlijke foutmarge. Voor wie graag inzicht wil, kan het leerzaam zijn, als hulpmiddel en niet als diagnose.